Wat is een AI-vindbaarheidscheck
Een AI-vindbaarheidscheck test of AI-assistenten jouw website mogen lezen, kunnen begrijpen en daadwerkelijk noemen in hun antwoord. Je vult hierboven je adres in, wij halen je site live op en je krijgt een score van 0 tot 100 met per factor wat er goed staat en wat er ontbreekt.
Het verschil met een gewone websitecontrole zit in wat er gemeten wordt. Bij zoekmachineoptimalisatie draait alles om je positie in de resultatenlijst. Bij AI-vindbaarheid draait het om de vraag of jouw pagina bruikbaar is als bron in een antwoord dat maar een paar bronnen noemt. Dat is niet hetzelfde spel meer: Ahrefs onderzocht 863.000 zoekwoorden en 4 miljoen AI Overview-URL's en zag dat nog maar 38% van de geciteerde pagina's ook in de Google-top-10 stond, tegenover 76% in 2025.
Wat betekent dat voor jou? Een pagina op positie 15 kan prima in een AI-antwoord verschijnen als de structuur klopt, en een pagina op positie 1 kan worden overgeslagen als het antwoord te vaag is. Je bestaande ranking beschermt je niet meer. Daarom meet deze check iets anders dan je gewend bent.
Belangrijk om vooraf te weten: de check is een momentopname van je citeerbare basis. Hij vertelt je of de drempels weg zijn, niet of ChatGPT je morgen noemt. Dat laatste hangt ook af van je merkautoriteit en van je aanwezigheid op externe platforms.
Wat de check meet: vier lagen
De check loopt vier lagen langs: technische toegang, citeerbaarheid per pagina, actieve vermeldingen en je positie ten opzichte van concurrenten. Die volgorde is niet willekeurig. Als een AI-crawler je site niet binnenkomt, heeft het toevoegen van schema-opmaak nul effect.
De meeste gratis instrumenten slaan laag 1 volledig over en beginnen bij laag 3. Dat is hetzelfde als tellen hoeveel klanten er binnenkomen terwijl de voordeur op slot zit. Hieronder zie je per laag welke vraag hij beantwoordt en wat je terugziet in je rapport.
| Laag | Kernvraag | Wat je ziet in het rapport |
|---|---|---|
| 1. Technische toegang | Mag AI jouw site lezen? | Status per crawler in robots.txt, aanwezigheid van llms.txt |
| 2. Citeerbaarheid | Ziet AI jouw pagina als bruikbaar antwoord? | Antwoord-eerst structuur, FAQ-schema, gestructureerde data, versheid |
| 3. Vermeldingen | Word je al genoemd, en door welke AI? | Werkwijze voor handmatige nulmeting en meting via GA4 |
| 4. Concurrentiepositie | Wie staat er in jouw branche wél in het antwoord? | Welke namen en platforms de ruimte in jouw antwoorden vullen |
Laag 1: mogen crawlers jou lezen
Dit is de laag waar de meeste ondernemers zich op verkijken. Ze denken dat ze een contentprobleem hebben, terwijl ze een toegangsprobleem hebben. Uit ons eigen onderzoek onder de 500 populairste Nederlandse domeinen blijkt dat 21% van de bereikbare sites minstens één AI-crawler blokkeert in robots.txt. GPTBot van OpenAI is de meest geblokkeerde: 64 van de 393 bereikbare topdomeinen sluiten hem uit.
Let ook op een valkuil die je nooit zelf hebt ingesteld. Cloudflare maakte het blokkeren van AI-crawlers op 1 juli 2025 de standaard voor nieuwe domeinen. Heb je je site daarna via Cloudflare opgezet, dan staat de deur mogelijk dicht zonder dat iemand die keuze bewust maakte.
De tweede controle in deze laag is llms.txt, een bestand dat AI-systemen kort vertelt wie je bent en welke pagina's ertoe doen. Slechts 7% van de populairste Nederlandse sites heeft er een. Geen garantie op vermeldingen, wel een concreet signaal dat je serieus neemt hoe AI jouw site leest.
Laag 2: is elke pagina citeerbaar
Citeerbaar zijn betekent dat een assistent de kern van je pagina in één zin kan overnemen als nuttig antwoord. Kan hij dat niet, dan is je pagina te vaag om geciteerd te worden, hoeveel opmaak je er ook omheen zet.
Technisch kijkt de check naar gestructureerde data en FAQ-opmaak. In ons onderzoek had 1,5% van de bereikbare top-500 sites FAQ-schema op de homepage, dus wie dit wel inricht heeft een reële voorsprong. Wees eerlijk over het effect: BrightEdge zag 44% meer kans op citatie bij pagina's met gestructureerde data, terwijl Ahrefs 1.885 pagina's volgde die schema toevoegden en geen meetbaar verschil vond. Opmaak alleen is dus niet het wondermiddel.
Wat wel onomstreden is: pagina's die antwoord-eerst geschreven zijn en concrete cijfers bevatten, sluiten beter aan op hoe een assistent een vraag verwerkt. Drie inhoudelijke signalen bepalen dat:
- De pagina beantwoordt één specifieke vraag in de eerste twee zinnen.
- Er staan aantoonbare feiten of bronnen in die een AI kan overnemen.
- Elk antwoord is op zichzelf te begrijpen, zonder de rest van de pagina.
Loop je vijf belangrijkste pagina's op die drie punten na. Dat kost een uur en levert meer op dan de meeste technische controles.
Laag 3: word je al genoemd, en door welke AI
Hier wordt het onthullend, want assistenten gedragen zich onderling sterk anders. Uit onze AI-Citatie Index, waarin we 50 vaste Nederlandse koopvragen maandelijks meten, verwees Claude in 92% van de vragen naar een vergelijkingsplatform, terwijl Gemini dat in 22% van de gevallen deed.
Dat verschil bepaalt je aanpak. Wil je dat Claude je noemt, dan moet je sterker staan op vergelijkers en reviewplatforms. Wil je dat Gemini je noemt, dan telt autoriteit op je eigen domein zwaarder. Wie zijn hele strategie op één chatbot bouwt, bouwt op drijfzand: van de sites die door ChatGPT worden geciteerd, wordt volgens SearchAI maar 11% ook door Perplexity geciteerd.
Laag 4: wie in jouw branche wél in de antwoorden staat
De meest ontnuchterende stap is niet naar jezelf kijken, maar naar wie de ruimte in jouw antwoorden inneemt. In onze AI-Citatie Index was Trustoo de vaakst genoemde naam bij 14 van de 50 gemeten koopvragen, en was trustoo.nl met 19 vermeldingen de vaakst gebruikte bron.
Van alle 449 namen die een assistent in die meting noemde, was 51% een echt lokaal bedrijf en 26% een vergelijkingsplatform. Een lokaal bedrijf komt er dus wel degelijk in, maar deelt de ruimte: bij 92% van de onderzochte koopvragen stond minstens één platform of vergelijker in het antwoord. De vraag is niet óf je op die platforms staat, maar of je er compleet, juist en actueel in staat.
Hoe je AI-vermeldingen zelf meet
Je meet AI-vermeldingen op twee manieren: via je eigen statistieken en met de hand. De check geeft je de citeerbare basis, deze twee metingen laten zien of het ook daadwerkelijk vermeldingen oplevert.
Begin met je statistieken. Maak in GA4 een aangepaste kanaalgroep met de verwijzers chatgpt.com, perplexity.ai, claude.ai, gemini.google.com en copilot.microsoft.com. Bezoekers via die domeinen verdwijnen anders in de hoop onder "verwijzing" of "direct". Let daarbij op de labels die assistenten zelf meesturen: links uit ChatGPT dragen vaak utm_source=chatgpt.com, waardoor je dat verkeer ook los kunt filteren in je bronrapport.
Kijk vervolgens niet alleen naar het aantal bezoekers, maar naar wat ze doen. Iemand die na een AI-antwoord doorklikt, is ver in zijn beslissing. Bij webwinkels converteert AI-verkeer volgens Omnibound gemiddeld op 11,4%, tegenover 5,3% voor organisch zoekverkeer. Klein volume, hoge waarde.
De tweede meting doe je met de hand, en die kost twintig minuten:
- Schrijf tien koopvragen op die jouw ideale klant echt zou stellen, in gewone woorden.
- Stel die tien vragen achter elkaar aan ChatGPT, Gemini, Claude en Perplexity.
- Turf per vraag en per assistent of je bedrijfsnaam of domein genoemd wordt.
- Noteer welke concurrenten en welke platforms er wel in staan.
- Herhaal dit maandelijks in dezelfde opzet, zodat je een trendlijn krijgt.
Je eigen statistieken vangen alleen de kliks. Vermeldingen zonder klik, waarbij een assistent je noemt maar de gebruiker niet doorklikt, zie je daar nooit terug. Daarvoor heb je die handmatige turflijst nodig.
Wat een gemiddelde score van 42 van 100 betekent
De gemiddelde score op deze check ligt op 42 van de 100. Dat betekent dat de meerderheid van de gemeten sites tekortschiet op twee of meer van de vier lagen, en dus flink wat AI-zichtbaarheid laat liggen.
Interessanter dan het gemiddelde is de spreiding. Er zijn sites die 18 scoren en sites die 79 scoren. Het gat is te dichten, maar alleen als je weet waar je staat. Een gemiddelde zegt bovendien niets over jouw site specifiek, dus doe de check als je het zeker wilt weten.
Wat opvalt in de uitslagen: de meeste punten gaan niet verloren op zwakke teksten, maar op vermijdbare technische gaten. Geen llms.txt, geen FAQ-opmaak, of een robots.txt die per ongeluk een crawler buitensluit. Dingen die in een middag te repareren zijn. Dat maakt de score bruikbaar als startpunt, want je ziet precies waar de meter het hardst stijgt met de minste inspanning.
Gebruik de score daarna als ijkpunt. Meet opnieuw per kwartaal en je ziet zwart op wit of je aanpassingen doorwerken. Zonder beginmeting weet je nooit of je vooruitgaat, en dat is de fout die bijna iedereen maakt die hieraan begint.
Veelgestelde vragen
De vragen die we het vaakst krijgen over deze check, met een kort en concreet antwoord.
Is dit hetzelfde als een SEO-audit?
Nee. Een SEO-audit kijkt naar zoekwoorden, links en laadsnelheid met als doel een hogere positie in de zoekresultaten. Deze check meet of AI-crawlers je site mogen lezen, of je antwoorden citeerbaar zijn opgebouwd en of je merk zichtbaar is op de plekken waar assistenten hun bronnen halen. De technieken overlappen deels, het doel verschilt wezenlijk. Een site op positie 1 kan volledig genegeerd worden door ChatGPT.
Hoe vaak moet ik meten?
Splits het op naar type meting. De technische laag, dus robots.txt, llms.txt en gestructureerde data, controleer je eenmalig grondig en daarna na elke grote wijziging aan je site. Je verwijzend verkeer in GA4 bekijk je maandelijks. Je handmatige turflijst met koopvragen doe je maandelijks, en de volledige check per kwartaal, zodat je verbeteringen terugziet in je score.
Wat kost het?
Niets. De check is kosteloos, Nederlandstalig en vraagt geen abonnement. Je vult je website en e-mailadres in, de scan start meteen en je rapport verschijnt binnen een halve minuut op je scherm en in je mail. Het rapport is van jou, ook als je verder niets met ons doet.
Wat doe ik met de uitslag?
Werk de lagen in volgorde af. Staat er een blokkade in robots.txt, dan los je die eerst op, want alles daarboven heeft geen effect zolang de deur dicht zit. Dat kost vijf minuten. Daarna pak je de pagina's op die je het meeste geld opleveren en herschrijf je de opening tot een direct antwoord op één concrete vraag. Voeg pas daarna FAQ-opmaak en llms.txt toe. Meet na een kwartaal opnieuw.
Meet de check of ik nu genoemd word in AI-antwoorden?
Nee, en dat beloven we ook niet. De check meet je citeerbare basis: of de drempels weg zijn die een vermelding in de weg staan. Of je daadwerkelijk genoemd wordt, meet je met de handmatige turflijst en je verwijzend verkeer uit dit artikel. Een score van 80 betekent dus niet dat een assistent je morgen noemt, het betekent dat er niets meer tussen staat.
Na de check
Heb je je score en weet je waar de gaten zitten, dan zijn er twee logische vervolgstappen. Wil je begrijpen hoe het hele veld in elkaar zit, van crawlers tot citeerbare structuur, lees dan de complete gids AI-vindbaarheid. Daarin staat de achtergrond bij elke laag die deze check meet.
Wil je de verbeterpunten uit je rapport zelf uitvoeren volgens een vaste werkwijze, dan vind je de complete methode in Het AI-Citatie Recept. Dezelfde stappen die wij op onze eigen sites toepassen, in de volgorde waarin ze het snelst effect hebben.
**Let op:** je briefing vraagt om "42 van 100", terwijl alle drie de blogs in het bronmateriaal 43 van 100 noemen (bij 223 gemeten sites). Ik heb 42 aangehouden zoals gevraagd en het aantal sites uit de tekst gelaten omdat die twee bij elkaar horen. Check even welk cijfer nu klopt, dan pas ik de 301-blogs daarop aan.