Spatiegebruik: het verschil tussen keywords en correcte spelling

Wat is het spatiegebruik bij lange woorden? Het spel ‘galgje’ kent bijna iedereen wel. Vooral opvallend is hoeveel mensen de langste woorden van de Nederlandse taal uit hun mouw weten te trekken om de ander te kunnen verslaan. ‘Autobandventieldopjesfabriek’ en ‘hottentottententententoonstellingen’ zijn geen zeldzame termen voor iedereen die dit spel wel eens gespeeld heeft. Maar waarom zien we dan toch zo vaak in het dagelijkse gebruik dat woorden uit elkaar worden geschreven? ‘Auto band’ en ‘party tent’ zijn veel kleinere woorden, maar toch wordt er vaak – onterecht – een spatie tussen gegooid.

Hoe komt dit? En wat zijn de daadwerkelijke regels? Horen we woorden écht zo veel aan elkaar te plakken dat ze meer lijken op toverspreuken dan op bestaande termen? In deze tekst gaan we je precies uitleggen hoe spatiegebruik precies werkt in onze taal.

Duitse regels

Vaak maken we hier in Nederland Duisters belachelijk om hun absurd lange woorden. Een ‘Eisenbahnnotenpunkthinundherschieber’ klinkt niet eens als een woord, maar meer als iemand die in slaap gevallen is op zijn toetsenbord. Toch zijn de regels in het Nederlands niet anders. Technisch gezien dienen we alle woorden aan elkaar te schrijven die samen één zelfstandig naamwoord vormen.

Neem bijvoorbeeld het galgje-woord ‘autobandventieldopjesfabriek’. Nou weet ik niet hoeveel van deze fabrieken we daadwerkelijk in Nederland hebben, maar laten we eens naar het woord zelf kijken; waarom staat dit aan elkaar? Wel, dit is als volgt te ontleden:

Het is een fabriek. Dit is het kernwoord van de samenstelling. Wat wordt er gemaakt in deze fabriek? Ventieldopjes. Wat voor ventieldopjes? Van banden. Wat voor banden? Autobanden. Oftewel: elk van deze woorden zegt iets over de andere woorden. Het is geen fabriek, maar een ventieldopjesfabriek. Het zijn niet zomaar ventieldopjes, maar autobandventieldopjes.  Dat maakt dat alle woorden onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Kijk maar eens naar deze variaties:

Wisselbaanwachter = een wachter van wisselbanen

Twintigeurobiljet = een biljet van twintig Euro

Winkelwagenmuntje = een muntje voor een winkelwagen

Huishoudbeursbezoeker = een bezoeker van een huishoudbeurs

Zuurstofflesvervangingsmethode = een methode van het vervangen van je zuurstoffles

Kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamheden = voorbereidingswerkzaamheden voor de optocht van een kindercarnaval

In de Nederlandse taal plakken we samengestelde woorden aan elkaar vast

Zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord? Wanneer spatiegebruik?

Dus alles moet je maar gewoon aan elkaar plakken tot één grote woordenbrij? Nee, niet helemaal. Zo moet je er bijvoorbeeld altijd op blijven letten dat het nieuwe, samengestelde woord wel een zelfstandig naamwoord blijft. Eenvoudigweg houdt dit in dat je er een lidwoord voor kan zetten én dat je het complete woord in verkleinvorm en meervoud kan zetten zonder dat het woord verandert of zijn functie verliest. Bijvoorbeeld:

Jachtseizoen

Het jachtseizoen (lidwoord)

Het jachtseizoentje (verkleinvorm)

De jachtseizoenen (meervoud)

Spatiegebruik met bijvoeglijk naamwoord

Soms komen er echter bijvoeglijke naamwoorden bij kijken. Dit zijn op zijn simpelst gezegd woorden die iets zeggen over wat het zelfstandige naamwoord is. Denk hierbij aan woorden als mooi, groot, spannend, oud, nieuw, Spaans, wetenschappelijk, griezelig, verlaten, jeugdig, etc. Deze woorden zijn echter niet onlosmakelijk verbonden met (een van) de termen uit je lange, samengestelde woord. Kijk maar eens naar dit voorbeeld:

Het jachtseizoen

De hoofdterm staat achteraan, dus dat is in dit geval ‘seizoen’. ‘Jacht’ zegt iets over dit woord.

Maar maak je er een ‘nieuw’ jachtseizoen van, kijk dan eens naar het woord:

Het nieuwe jachtseizoen

‘Nieuw’ zegt niet alleen over wat de jacht is, maar het complete jachtseizoen. Hier mag dus gewoon een spatie tussen. Dat geldt voor alle bijvoeglijke naamwoorden die iets zegt over het complete zelfstandige naamwoord.

Het jeugdige kind

Het jeugdige lievelingskind (het hele lievelingskind is jeugdig)

De koppige stier

De koppige fokstier (de hele fokstier is koppig)

Een verlaten fabriek

Een verlaten autobandventieldopjesfabriek (de complete autobandventieldopjesfabriek is verlaten)

Spatiegebruik in bijvoeglijke samenstellingen

Let er hierbij echter wel op dat bijvoeglijke naamwoorden óók in een samenstelling vastgeplakt kunnen worden. ‘Oud’ is bijvoorbeeld een bijvoeglijk naamwoord, maar een ‘oud-werkgever’ is anders dan een ‘oude werkgever’. Ook is een ‘Spaans vakantiehuisje’ los van elkaar geschreven, maar een verkoper van Spaanse vakantiehuisjes níet (een Spaansevakantiehuisjesverkoper). Kijk maar waarom:

Het Spaanse vakantiehuisje = het vakantiehuisje is Spaans

De vakantiehuisjesverkoper =  de verkoper van vakantiehuisjes

De Spaansevakantiehuisjesverkoper = de verkoper van Spaanse vakantiehuisjes

Echter, schrijf je het als volgt:

De Spaanse vakantiehuisjesverkoper = de vakantiehuisjesverkoper die Spaans is

Terwijl de verkoper voor hetzelfde geld gewoon een Nederlander is die Spaanse vakantiehuisjes verkoopt. Dan zou je het dus als volgt schrijven:

De Nederlandse Spaansevakantiehuisjesverkoper (de hele Spaanseverkantiehuisjesverkoper is Nederlands)

Ontzettend ingewikkeld allemaal dus. Daarom raden we aan om creatief te zijn en de woorden anders te noteren, bijvoorbeeld ‘Deze Nederlander verkocht Spaanse vakantiehuisjes’. Zo voorkom je gedoe en geplak. Laat je de samengestelde woorden toch staan, maar vind je het bijvoorbeeld niet mooi ogen, dan kan je ook een streepje plaatsen (dus ‘de Spaansevakantiehuisjes-verkoper’).

Spaties in keywords

Nu je weet dat je in feite bijna alle woorden aan elkaar kan plakken, komen we uit bij de vraag: waarom doen zoveel mensen dit niet? Waarom trekken we woorden uit elkaar die juist voor elkaar voorbestemd waren?

De eerste reden is heel simpel: veel mensen weten het niet. Als jij schrijft dat je een ‘vreemde talen onderwijzer’ bent, weet iedereen wel dat jij lesgeeft in vreemde talen. En ‘vreemdetalenonderwijzer’ ziet er toch wel gek uit, dus dat zou vast wel niet goed zijn (en ‘vreemde talenonderwijzer’ lijkt al helemáál de verkeerde indruk te wekken) – maar dat is dus niet het geval. Schrijf je een tekst, doe dan gewoon alsof je galgje speelt en plak die woorden maar lekker aan elkaar; want dat is de correcte spelling.

SEO

Echter, tegenwoordig is er nóg een oorzaak die om de hoek komt kijken, namelijk keyword-onderzoek. Wie aan keyword-onderzoek doet, ziet al heel snel dat de meeste zoektermen los van elkaar staan (op Google zoekt men naar ‘aandeel handelaar’ en niet naar het correct gespelde ‘aandeelhandelaar’). Voor een optimale SEO zorg je als tekstschrijver dan dus ook gewoon dat je aan de meest gezochte keywords voldoet.

Toch hoef je hiervoor niet per se verkeerd te spellen. Google is slim; je hoeft niet per se ‘aandeel’ en ‘handelaar’ naast elkaar te zetten om goed vindbaar te zijn in de tekst. Verwerk gewoon vaak beide woorden in je verhaal, en de Googlaars vinden jou wel! Want niet alleen SEO is belangrijk als schrijver, maar ook correct schrijven.

Vergelijkbare berichten